Autopsieverslag van de Sancta Clupea mummie,
d.d. 26 april 1991. Aanwezig :
Prof. Dr. Erwick
Prof. emeritus Dr. Wolseyverontschuldigd :
Prof. Dr. Nipplethorpe situeringMeerminnen, zowel de zee- als de rivierbewonende soorten, komen in de Droomgewesten vrij frequent voor, maar door hun schuwheid is men er nog nooit in geslaagd een exemplaar te vangen en te conserveren.
Dode exemplaren zijn evenmin gevonden, hoewel men toch zou verwachten dat hun karkassen nu en dan aan het strand zouden aanspoelen.

Er is geopperd dat Meerminnen die hun dood voelen naderen verborgen sterfplaatsen opzoeken, in grotten of onder dikke lagen waterplanten (Zülrich et al, 1845). Anderen (Klincknagel & Somers, 1964) menen dat het soortelijk gewicht van Meerminnen veel groter is dan dat van water, waardoor een lijk meteen naar de bodem zinkt. De hypothese dat Meerminnen na hun dood in het water zouden oplossen (Von Nirmitz, 1952) kan als pure onzin van de hand worden gedaan.
Het klooster van Sancta Clupea bewaart een reliekschrijn die de mummie van een Meermin (
Sirena sp.) zou bevatten, de Heilige Lorelei of Sancta Clupea. Er is een sterk vermoeden dat deze mummie een vervalsing is, geen werkelijk geconserveerd lijk.
Naar aanleiding van de 25e verjaardag van de heilig-verklaring is ons door het bisdom een wetenschappelijk onderzoek van dit reliek gevraagd. Op dit verzoek zijn wij met graagte ingegeaan.
vaststellingenHet Sancta Clupea-reliek ligt in een speciaal vervaardigde kristallen kist. Na openen bleek dat de mummificering alvast met verstand van zaken is gebeurd : er hangt geen rottings-geur, en de mummie is licht en droog.
Zelfs bij oppervlakkig onderzoek valt op dat de mummie tweeledig is : boven- en onderlichaam zijn niet in ernst toe te schrijven aan éénzelfde wezen : het bovenlijf is, hoewel geschoren, duidelijk ooit sterk behaard geweest. Het onderlijf vertoont geen tekenen van haargroei.
Onderzoek naar de naad, waar boven- en onderlijf samen-gevoegd zijn, is onmogelijk gemaakt door een kunstige band stof, die als een riem over het middel loopt : de ideale camouflage voor knutselwerk !
Het gezicht van het wezen heeft weinig menselijks, zoals bij Sirenae-soorten doorgaans wel het geval is, met uitzondering natuurlijk van de Wrattige Rioolsirene (
S. acneiformis).
Diverse pongide kenmerken (haargroei, brede neus, heel lange armen, opponeerbare duim) leidden ons naar een duidelijke conclusie omtrent het bovenlijf : het betreft een wijfjesexemplaar van het genus
Pan, waarschijnlijk
Pan troglodytes (Chimpanzee) of
Pan paniscus (Bonobo of Dwergchimpanzee).
Het onderlijf is duidelijk die van een aquatisch zoogdier, dus een rob, zeeleeuw, zeeluipaard,... Door verdroging en ineenschrompeling waren de achter-poten echter moeilijk te bestuderen. Het vlekkenpatroon deed ons het meeste denken aan een zeeluipaard, maar wij geven deze mening met het nodige voorbehoud. Enkel een Röntgenfoto en bestudering van de aanwezige botten kan definitief uitsluitsel brengen over welk dier het precies gaat. Hiervoor kregen wij echter geen toestemming.
Wij brachten onze bevindingen over aan het bisdom, aan wie wij ook beloofden om buiten de academische wereld met niemand over deze resultaten te praten. Daarop gaven wij ons woord, hoewel we niet begrijpen waarom de overduidelijke vervalsing van Sancta Clupea zo angstvallig geheim moet worden gehouden.
Gedaan te Sancta Clupea, 26 april 1991,
(getekend)
Prof. Dr. Erwick
Prof. Dr. Wolsey
Zülrich, Wattenfort, Zaubwitz & Klippstein, "Empfindungen des Lorelei-Lebensgang", 1845, Wallstatt Buchverlag.
Klincknagel & Somers, "Over het soortelijk gewicht van Sirena species",
Journaal voor Experimentele Sirenologie, 14e jaargang, 1964,
p. 17-23.
Von Nirmitz, "Lorelei, of de verborgen waarheid der Aquanauten", 1952, Uitg. Het Derde Oog.
<< Home | 0 Commentaren | geef commentaar