Er was eens een meisje dat leefde in een klein wit huisje aan de kust van een eiland in de zee. Ze had een zijdezachte huid, prachtig lang haar en ogen als diepe donkere edelstenen. In die tijd waren de dorpen nog klein, en de mensen gaven hun huizen geen nummers, maar namen. Het huis waarin het meisje met haar ouders woonde stond bekend als "Het baken van licht hoog boven het water". Het was de vuurtoren van het eiland, en de vader van het meisje was de torenwachter. Hij waakte over de vlam die de schepen waarschuwde voor de verraderlijke kliffen in zee. Het was een rustig leven, en het liet hem veel tijd om te lezen. Stukje bij beetje was de vuurtoren dan ook in een bescheiden bibliotheek veranderd.
Net als haar vader zat het meisje vaak in stilte over de boeken gebogen. Ze had een aanleg voor vreemde talen, en al snel las ze boeken die haar vader niet eens verstond. Ze las de verhalen van lang vervlogen beschavingen, verhalen die verborgen waren in de vreemde kronkels van hun eeuwenoude alfabet.
Ze groeide op en doorbrak haar zwijgende leventje : ze deelde haar verhalen met ieder die ze wilde horen. Van het ganse eiland kwamen mensen luisteren naar haar betoverende woorden. Haar vader nam hun geschenken in ontvangst en gebruikte de inkomsten om de bibliotheek in de vuurtoren nog te breiden.
... een stoffig kuchje, een zacht gefluister... Boeken en geschriften werden in het wilde weg aan de verzameling toegevoegd.

Nu rek na rek vol kwam te staan met dikke boekenruggen, kwam de bibliotheek langzaam tot leven. 's Nachts kon je als je stil was, de boeken horen ademen. Een hees gefluister, een droog gekuch. De dikke encyclopedieën snurkten als oude mannen. Jonge novellen schoven vol ongeduld heen en weer op de planken. Woordenboeken kibbelden over spellingswijzen. Schoolboeken dreunden een saaie les op, die iedereen vergat zodra hij het hoorde. Oude tijdschriften probeerden fladderend van de rekken op te stijgen. Jonge romantische dichtbundels weenden zachtjes in het maanlicht.
Maar enkel het meisje kon de stemmen horen van deze levende bibliotheek, die groeide en groeide en langzaam naar de top van de vuurtoren kroop.

Al zijn liefde voor de boeken ten spijt, was haar vader nooit in de ban gekomen van hun levende verhalen. Hij verzorgde dus de boeken, terwijl zijn dochter de verhalen onderhield door ze met bezoekers te delen. In stilte hoopte ze de verhalen, door ze telkens opnieuw te vertellen, van de vergetelheid te sparen. Het vertellen ging steeds makkelijker nu ze enkel maar moest vertalen wat de boeken haar zachtjes influisterden.
Haar ouders waren blij dat de goden hen zo'n slimme en ijverige dochter had geschonken. Ze schonk zoveel aan het gezin, dat ze met liefde alles kreeg wat haar hartje verlangde. Ze werd vertroeteld en leed nooit honger, dorst of kou. Haar moeder bakte de fijnste cakes en de heerlijkste taarten. Ze kon chocolade eten zoveel ze maar wilde en drinken waar ze zin in had. In beslag genomen door het aanscherpen van haar geest, verwaarloosde ze echter haar mooie lichaam. Ze werd dikker en dikker tot ze geen jong meisje meer was, maar een sterke, zware vrouw. Haar stem werd zwaarder en al gauw kon ze grote groepen mensen toespreken vanaf het dak van het vuurtorenhuis.
Ze was echter nooit tevreden met haar kennis : steeds wilde ze nieuwe boeken. Het kwam zover dat ze enkel nog

wilde vertellen aan wie haar rijke giften gaf. Wie geen nieuwe boeken bracht, of geen geld voor de verzameling kon geven, werd niet meer ontvangen. Er kwam een stevig slot op de deur van de bibliotheek, waar nu steeds meer schatten vergaard lagen. Aanvankelijk kwamen de boeken in grote golven binnen. Nadien in kleinere hoeveelheden, en uiteindelijk nog slechts druppelsgewijs. Zonder nieuwe aanvoer werden de verhalen al gauw saai en leeg. Het meisje verloor haar interesse voor het gefluister in de bibliotheek. Wanneer ze verhalen vertelde aan de bezoekers dacht ze aan andere dingen. Het ging niet meer van harte, en ze begon steeds meer geschenken te vragen. Een gesprek met haar werd een dure exclusiviteit. Maar dat hield de mensen niet tegen : ze zagen haar als een nieuw orakel en betaalden grif de prijs.
Wie haar wilde raadplegen moest twee kostbare geschenken aanbrengen : een waardevol boek en een riante maaltijd. Er zijn drie manieren om iemands ware inborst te leren kennen : allereerst de ogen, want in de zuiverheid van het wit kan men hun eerlijkheid peilen. Daarnaast hun voedsel, want dat vertelt je hoe ze hun lichaam verzorgen. Tenslotte hun favoriete boek, want dat verraadt de diepste kronkels van hun geest. Vanuit deze kennis kon ze zonder moeite haar verhalen aanpassen aan de meest geheime wensen van de bezoekers.
De moeder van het meisje koesterde haar dochter, maar werd met het verstrijken van de tijd steeds meer ongerust. Welke jongeman werd verliefd op een dik, verwaarloosd meisje ? Welke man zou ooit trouwen met iemand die altijd veel slimmer zou zijn dan hem ? Welke man zou haar trouw zijn uit liefde, en niet om haar rijkdom ? De mens is zwak, je hoefde geen orakel te zijn om in te zien dat maar weinig mannen trouw konden blijven aan zo'n lelijke vrouw.
Ze sprak hierover met haar dochter, en stelde allerlei manieren voor om terug mooi en slank te worden. Het meisje weigerde alles. Terwijl haar geest zich had ontwikkeld, was haar hart verkild. Niemand gaf om haar schoonheid of de zachtheid van haar hart, enkel om de wijsheid die ze sprak in haar verhalen. Waarom mooi en eerlijk zijn, als enkel die stomme sprookjes van belang waren ? Haar moeder bracht pillen en drankjes, balsems en zalfjes. Wijze woorden van grote magiërs en betoverde liederen. Het meisje weigerde alles, zelfs het advies van de meest geachte doktoren.
Uiteindelijk bedacht haar moeder in wanhoop een list. 's Nachts schreef ze in het geheim een boek over een langvergeten beschaving, opgeslokt door de golven. In detail beschreef ze een mythische bibliotheek waar alle kennis van de wereld verzameld was. Ze spaarde kosten nog moeite om het boek overtuigend af te werken : ze liet een van de bedienden het manuscript herschrijven om zich niet door haar handschrift te verraden. Met het fijnste leder en het duurste papier bond ze het werk in. En op een dag verving ze het boek van een bezoeker door haar eigen werk. Zo gauw haar dochter het werk gelezen had was ze betoverd. Ze kon aan niks anders meer denken dan aan het opsporen van deze oude bibliotheek,het ontdekken van alle kennis van de wereld en de zin van het leven.
Ze trok erop uit om alle boeken ter wereld te verzamelen, en de oude bibliotheek te vinden. Op haar weg dwong ze

de mensen om haar al hun boeken te geven. Ze plunderde boekerijen en haar dienaren beroofden dorpen in een lange zoektocht naar steeds meer kennis. Ze ontwikkelde het vreemde vermogen om boeken letterlijk op te eten, om zo haar kennis nog sneller te verwerven. Al snel was het orakel gerespecteerd voor haar immer toenemende kennis, en gevreesd voor haar wreedheid.Uiteindelijk, na alle wegen te zijn gegaan en alle zeeën te hebben bevaren, kwam ze terecht in een klein dorpje in de bergen, waar een wijze man leefde.
Op haar weg vol vernieling had ze vaak over zijn wijsheid horen spreken. Hij moest ongetwijfeld weten waar de oude bibliotheek lag, zo dacht ze. Ze was nu zo machtig dat ze ermee dreigde de man te doden als hij haar niet alles vertelde over de bilbliotheek van het leven. De man verwaardigde zich niet om haar te antwoorden, maar nam haar eenvoudigweg mee naar een meer, nog dieper in de bergen.
" Dit is de plek waar alle wijsheid ter wereld vergaard is. Dit is de overstroomde bibliotheek" zei hij. "Maar niemand heeft haar ooit betreden. Ik kan je de sleutel niet geven want ik heb hem zelf gezocht, maar nooit gevonden. Er wordt verteld dat onder het oppervlak van dit water alle juwelen van de kennis liggen, en ook de wijsheid om ze te verstaan. "
Het orakel was uiteraard niet dom. Ze begreep dat de man haar een raadsel opgegeven had. Meteen duiken en op goed geluk beginnen zoeken was een zekere manier om te mislukken. Enige voorzichtigheid was geboden. Ze wist dat er verschillende wegen tot kennis waren, en ze zou systematisch alle mogelijkheden uitproberen die ze kende om de ingang te vinden.
De eerste dag luisterde ze naar de verhalen van het water zoals ze naar de verhalen van de boeken in de vuurtoren geluisterd had. Maar het water onthulde de geheime plaats van de sleutel niet.
De tweede dag wandelde ze rond het water om de geologie en struktuur van het meer te bestuderen en zo de meest waarschijnlijke plaats van de bibliotheek te bepalen. Uiteindelijk had ze een lange lijst van mogelijkheden, maar geen definitieve kennis.
Op de derde dag begon ze het water te drinken zoals ze ooit begonnen was met het eten van boeken. Misschien school de wijsheid niet onder water, maar in het water zelf. Het water smaakte naar water maar niks gebeurde.
De vierde dag bracht ze in het water door. Ze zwom en dook, speurde het meer af tot op de bodem. Ze verkende alle verborgen holen en grotten onder het water. Maar de bibliotheek bleef onvindbaar.
Aan het eind van de dag was ze zo uitgeput dat ze nog nauwelijks op haar benen kon staan. Ze hees zich moeizaam uit het water en ineengezakt bij de oever kwam ze weer op adem. Ze realiseerde zich dat ze had gefaald. Waarschijnlijk was ze toch niet zo wijs was als ze zichzelf graag voorhield. De oude man was niet langer bang van de vrouw, en kwam dicht bij haar zitten. Het orakel was weer een vermoeid, zwak klein meisje geworden. Tesamen keken ze naar de magnifieke bergen en zwegen een dag en een nacht lang.
Uiteindelijk stond de oude man recht en hielp haar weer op haar voeten. Hij toonde haar haar spiegelbeeld in het water en zei : "dit is alle wijsheid die je ooit zult nodig hebben in het leven". Het was lang geleden dat het meisje in de spiegel gekeken had en ze verwachtte het vette en lelijke beeld dat haar vertrouwd was. In plaats daarvan vond ze een jong en slank meisje. Al het reizen en zwemmen had haar lichaam getraind, hoewel ze enkel naar training van haar geest had gestreefd.
Het meisje was nu zelf een bron van kennis geworden. Wijselijk gebruikte ze haar nieuwgevonden kracht om het kwaad te vergoeden dat ze in haar hebberige zoektocht naar kennis veroorzaakt had. Ze ging terug naar de vuurtoren en opende de deur naar de boeken. Van die dag af vertelde ze aan iedereen die erom vroeg over de wijsheid van lichaam en geest.
<< Home | 0 Commentaren | geef commentaar