Over de Teribiliptere vliegdraak Mygalovespula destructor Meg. ex Dier. uit de Droomgewesten.De familie van de Mygalovespulae behoort tot de Teribiliptera, en heeft daarvan enkele typische kenmerken :
* de
vliegblaas, waardoor deze enorme dieren schijnbaar moeiteloos kunnen "vliegen" (in feite zweven ze vooral).
* het gebruik van
vuur als primaire jacht- en verdedigingstechniek, hetgeen natuurlijk in grote mate een uitvloeisel is van de met (brandbaar) gas gevulde vliegblaas.
De Mygalovespula (trouwens de Resorpideae in het algemeen) hebben het gebruik van vuur tot grote verfijning gebracht door additie van vaste substanties aan de vlam. Hierdoor legt het vuur minder beslag op de kostbare voorraad waterstofgas, die zo nodig is om te blijven zweven. De voorraad vaste stof is ook makkelijker aan te vullen in vergelijking met het waterstof, dat door vertering van de prooidieren moet verkregen worden. De Resorpidae hebben zich dan ook tot ver buiten de Droomgewesten verspreid.
Jacht.De Mygalovespula voedt zich met kleine, weinig weerbare prooidieren: koeien en schapen, mensen, olifanten en kleine walvissen. De prooi wordt eerst met een vuurstoot geneutraliseerd,

vervolgens landt het dier om te eten. Vuur is kostbaar, en de Mygalovespula zoekt steeds naar grote aggregaties van prooidieren, zoals opgesloten vee, huizen vol mensen, kuddes van waterdieren en grote legers op een slagveld.De Mygalovespula is niet kieskeurig : zij zal ook aas eten als het beschikbaar is. Een rottend karkas van een aangespoelde walvis, of de lijken van een zware epidemie of oorlog.
VerteringDe prooi wordt hooguit verscheurd, nooit gekauwd (kiezen ontbreken) en ingeslikt. Een deel van het eten kan in de krop bewaard worden voor de jongen in het nest ( Mygalovespulae kennen zeer liefderijke broedzorg), de rest gaat verder naar de maag. De "uitvinding" van de hydrogenale klier, zo'n 254 miljard jaar geleden, is cruciaal geweest in het gebruik van vuur. Het hydrogenine-enzym (1,2- deoxycarboreductase) zorgt voor de omzetting van methaangas (uit de rotting van het ingeslikte voedsel) naar waterstofgas en vaste, pure koolstof :
CH4 ==> 2H2 + C (neerslag)Lang heeft men gedacht dat het neergeslagen koolstofpoeder gebruikt werd in de vlam, maar recent onderzoek heeft aangetoond dat er geen verbinding is tussen spijsvertering en vuurnet, anders dan via de vliegblazen (waar enkel gas wordt opgeslagen). Het koolstof verlaat het lichaam dus met de gewone uitscheiding.
Het uit de maag opborrelende H2-gas wordt langs de pylorische klep rechtstreeks in de primaire vliegblaas gevoed,of bij teveel terug naar buiten via de mond. Vanuit de primaire vliegblaas kan dmv. spieren en sfincters (sluitspieren) gas gestuwd worden naar de secundaire en tertiaire vliegblazen, waardoor de stand van het lichaam in de lucht kan veranderen. Bij de voorbereidingen voor een vuurstoot wordt ook de ejaculatieblaas met H2 (vanuit de 3e vliegblaas) gevuld. Dit gas, door extra spieren nog eens onder druk gezet, zorgt voor het uitstoten van het vuurnet en zodoende voor de initiele kracht van de vlam.
Vuur : brandstoffenBij de Resorpidae zorgt waterstofgas (H2) voornamelijk voor de "stoot" van de vlam, niet zozeer voor de brandstof.
De brandstof bestaat uit een gesponnen net van dunne zijde, waarin fijne vaste deeltjes verwerkt zijn.
Deze deeltjes bestaan uit :
* zwavel, ong. 20%
* houtskool, ong. 20%
* salpeter (KNO3), ong. 60%
Tesamen vormt dit een licht ontvlambaar poeder, dat echter mede door de inkapseling in de zijdedraden, nooit spontaan tot explosie komt.Geen van deze stoffen komen het lichaam binnen via de voeding, zoals vroeger werd aangenomen.
De Mygalovespula heeft een zeer scherp ontwikkelde reukzin, en weet feilloos deze stoffen te vinden :
*
houtskool op uitgebrande bossen, of in de ruines van eerder aangevallen huizen.
*
zwavel in fumarolen en op vulkaanhellingen.
*
salpeter in ondergrondse aders, die met de klauwen uitgegraven worden.
Een enkele keer kan een voorraad buskruit alle stoffen ineens leveren. Sommige individuele Mygalovespulae hebben zich dan ook ontpopt tot echte "oorlogsvolgers", die op een slagveld al hun prooien en brandstoffen halen.
Om de stoffen op te nemen landt de Mygalovespula, en brengt de resorptiepalpen boven de stof.. Slijmklieren bedekken de plaats met slijm en door een ingenieus netwerk van bloedvaten (resorptienetwerk) worden de stoffen in het lichaam opgenomen en naar de poederklieren gebracht. Deze poederklieren werken tesamen met de spinklieren om uiteindelijk het vuurnet te produceren.
Vuur : de stootDe inwendige ruimte rond het vuurnet is enigszins versterkt met

chitine, maar niet genoeg om de hoge temperaturen van de verbranding lang te weerstaan. Ook de resorptiepalpen aan het abdomen zijn te gevoelig voor hitte om de (weliswaar beheerste) explosie in het lichaam te laten plaatsvinden.
Hoge-snelheidsopnames van de vuurstoot laten een ander beeld zien :
*1* in het abdomen zit het opgerolde vuurnet klaar : een luchtige "ballon" van draden met hun brandbare inhoud.
*2* De ejaculatieblaas wordt gevuld met H2-gas en door spieren onder druk gezet.
*3* net buiten het abdomen spinnen tepels een peroxidenet : dit is analoog aan het vuurnet, dus opgebouwd uit fijne zijde, maar zit vol microscopisch kleine blaasjes met waterstofperoxide (H2O2) in een voor levende wezens verbluffend geconcentreerde vorm : 80% !!
*4* Het abdomen wordt naar de prooi gericht. Hierbij spelen de proprioreceptoren van de naar beneden bungelende palpen een belangrijke rol : zij "voelen" de stand van het lichaam.
*5* De ejaculatieblaas wordt geleegd in een of twee snelle stoten van maximaal 0,05 seconden.
*6* Deze stoot van waterstofgas drijft het vuurnet naar buiten.
*7* bij het verlaten van het abdomen blijft het peroxidenet aan het vuurnet kleven.
*8* Het vuurnet (en peroxidenet) laat los van het lichaam. We hebben nu dus een ragfijn ballonetje van zijde met brandbaar poeder, gevuld met H2-gas.
*9* De reactie tussen peroxide en de stoffen in het vuurnet doet het geheel ontvlammen, op een plaats veilig buiten het lichaam, en een eind verwijderd van de pedipalpen (het vlampunt).
Het gehele proces neemt minder dan 0,1 seconde in beslag.
Na een aanval kan het enkele uren duren voor een nieuw vuurnet aangemaakt is, maar indien nodig kan gevuurd worden met enkel H2-gas en een (in seconden gesponnen) peroxidenet. Uiteraard gaat dit na enkele keren ten koste van het vliegvermogen, en er zijn gevallen bekend van Mygalovespulae die bleven vuren tot ze uiteindelijk niet meer konden vliegen. Een kruipende Mygalovespula heeft nog steeds weinig vijanden te duchten.
VoortplantingDoor hun grote vleugels kunnen Mygalovespulae elkaar niet in de lucht benaderen. Toch vindt de balts plaats in de lucht, met een angstwekkend-sierlijk ballet van synchroon vliegen en vuurstoten. De paring vindt plaats op de grond. Het mannetje heeft één van zijn speciaal gemodificeerde grijppoten ter beschikking om een spermapakketje uit zijn abdomen op te halen. Dit pakket wordt op de paringsplaats (bij voorkeur een verbrand stuk bos) neergelegd, waarna het wijfje bij de voorste vleugel gepakt wordt en heel voorzichtig over het pakket wordt gemanoeuvreerd. Na zestien weken worden de eieren gelegd in een gegraven geul, en door beide ouders aggressief bewaakt.Beide ouders zorgen ook de eerste jaren voor de kroost, die ze voeden door oprisping van in de krop bewaarde prooien.
Dempsey Norman.
De auteur is hoofd van het departement Imaginobiologie aan de Utopia University van Wanakanakee. Van zijn hand zijn de belangrijkste naslagwerken over de vliegende fauna van de Droomgewesten.
Als autoriteit op het gebied is hij tevens hoofdredacteur van het gerenommeerde Proceedings of the Wanakanakee Society for Teribilipterian megafauna.
<< Home | 0 Commentaren | geef commentaar