Imaginanthus bipetalis Meg. ex Dier. : soortsbeschrijving.Voorkomen en habitus.De Imaginanthus bipetalis (Imaginanthaceae) komt uitsluitend voor in de Orlev-woestijn. De plant kiemt razendsnel bij een zeldzame regenbui, en maakt binnen een week een bladrozet van een 15 a 20 cm doosnede. Een bloeisteel van een 40-tal cm. hoog ontwikkelt zich, en daaruit komt een enkele, gelig-witte bloem met twee vertikaal staande kroon-bladen.
In het midden van de bloem staan twee stempels, geflankeerd door 6 stuifmeeldraden (antheren). De stuifmeeldraden blijven gedurende het ganse bloeiseizoen ( zolang er water in de bodem zit ) verdergroeien, en produceren ontzaglijke hoeveelheden pollen (tot 100g per bloem !).
Verspreiding en gebruik van het pollen.Dit pollen wordt door de Alareg-winden naar de kust toe geblazen, maar slaat veel vaker neer op de toppen van het Woran-gebergte. Pollen dat sinds duizenden jaren neergeslagen is in de luwtes van de bergketen compacteert
onder zijn eigen gewicht, en gaat na lange tijd een helwitte, harde steen ("pollensteen") vormen.
Deze steen wordt op vele plaatsen in open groeven gewonnen (vb. in Nidarholl) en gebruikt voor de verfraaiing van dure bouwwerken als paleizen.
Bestuiving.De Imaginanthus wordt bestoven door de Bombonyx fabula Meg., een kleine Chiricide die verzot is op het stuifmeel. Waarschijnlijk is de massale produktie van de bloem een antwoord geweest op een tijd waarin de Bombonyx veel massaler voorkwam dan heden het geval is.
Vruchtzetting.
In het onderstandige vruchtbeginsel komen de zaadjes tot ontwikkeling. De wanden van het gynoecium staan onder spanning, en zijn sterk met vezels aan de kroonbladen
vergroeid. Bij het drogen van de rijpende bloem dienen de lange kroonbladen dan ook als hefboom, om de krachten van de opstekende wind op het gynoecium te laten inwerken.
Uiteindelijk barst het zaad open en de vrijkomende vruchtwand kan eindelijk, met kracht, naar buiten opkrullen. Hierdoor wordt het zaad enige meters ver geslingerd.
Het zaad.Het zaad is zeer resistent en kan lange tijd in de bodem overleven, wachtend op een volgende regenbui, op voorwaarde dat het overdekt wordt met een laagje zand, iets waar de jaarlijkse Alareg voor zorgt. Zaad dat niet bedekt wordt valt meestal ten prooi aan kleine knaagdieren (Mastulor en Raderia sp.)
Naar : Trumann, Eisenbaum & Wallace, "Endemic flowering plants of the Orlev desert.", Utopia University Press, 1987.
Beschrijving van de Bombonyx fabula overgenomen, met toestemming, uit Nollder, "Systematische revisie der Chiricidae uit de Droomgewesten", Semper Virilis Uitgeverij, 1992.
Met dank aan het Nidarholl Pölsteyn museum, Nidarholl.
<< Home | 0 Commentaren | geef commentaar